Jongeren op straat in Ecuador

19 januari 2016
Lore Stassen
In juli reisde paus Franciscus naar Ecuador. De paus vestigde de aandacht op armoede en ongelijkheid in Latijns-Amerika. Ecuador heeft sinds enige tijd de status van hoog middeninkomensland verworven. Toch zijn nog niet alle problemen overwonnen. Ondanks de economische groei van de laatste jaren, wordt de kloof tussen arm en rijk alsmaar groter. Ook op het vlak van onderwijs zijn we er nog lang niet. Veertien procent (14%) van de Ecuadoraanse jongeren maakt het basisonderwijs niet af. VIA Don Bosco en de salesianen in Ecuador maken een verschil voor die jongeren, door ze kwalitatief beroepsonderwijs te bieden én te begeleiden op de arbeidsmarkt.
De straatwerkers reiken de jongeren op straat de hand en proberen zo hun vertrouwen te winnen.

Met het huidige programma 2014-2016 steunt VIA Don Bosco vijf centra in Ecuador. Elk van die centra heeft een eigen focus. Zo is er het Chicos de la Calle-project, ofwel ‘Kinderen van de straat’. Drie van onze scholen maken daar deel van uit: TESPA in Quito, PACES in Cuenca en Nuestros Hijos in Guayaquil. Naast dit project focussen we in Ecuador ook op inheemse rurale gemeenschappen door centrum Tainate Huasi in Cayambe en op jonge huismoeders via beroepsopleidingscentrum CFO Don Bosco.

Chicos de la calle

De ‘educatores de la calle’ van de salesiaanse stichting Chicos de la Calle benaderen elke dag jongeren in de meest achtergestelde buurten. Ze reiken hun de hand en proberen zo hun vertrouwen te winnen. Het gaat over jongeren tussen 15 en 18 jaar. Vaak zijn deze jongeren gemigreerd uit rurale streken in Ecuador naar buitenwijken van de stad. Ze zijn erg kwetsbaar. De educatores, oftwel straatwerkers, hebben geen gemakkelijke job. De migratiestroom naar de stad komt voornamelijk op gang tijdens het hoogseizoen, wanneer er meer werk is voor de kinderarbeiders.

Na een eerste toenaderingen geven de straatwerkers de jongeren de kans om in het project te stappen. Dit betekent dat ze deel uitmaken van een uitgebreid zorgsysteem. Ze worden opgevangen op alle vlakken. Er zijn seminaries, zowel voor de jongeren als hun ouders. Daar leren ze over hun rechten. De jongeren hebben toegang tot schoolkantines, gezondheidszorg, psychologische bijstand en sociale bijstand.

Ondanks de naam ‘Chicos de la calle’ ligt de term ‘straatjongeren’ gevoelig in Ecuador. Zij gebruiken liever ‘jongeren in straatsituatie’ of soms ‘kwetsbare jongeren’.

Samenwerken voor de jongeren

TESPA werkt samen met een internaat voor noodopvang, en met enkele referentiecentra waar jongeren die nog wel familie hebben naar toe kunnen. Daar maken ze na school hun huiswerk en ze krijgen ondersteuning van een sociaal assistent. Ook PACES werkt samen met een internaat, en met enkele referentiecentra die strategisch ingeplant zijn aan verschillende markten in Cuenca. Daar lopen veel kinderen en jongeren rond met nood aan ondersteuning.

Nuestros Hijos werkt in Guayaquil niet enkel samen met jongeren, maar ook met ouders die moeite hebben om hun eigen rol op een verantwoordelijke manier op te nemen. Dat sensibiliseren van de ouders is van onschatbare waarde. Tijdens een van de workshops die Nuestros Hijos in november 2014 organiseerde deed een groep ouders de belofte dat ze hun kinderen goed gaan voeden, medicijnen gaan kopen als ze ziek zijn, niet naar hen roepen en aandacht aan hen zullen besteden. Al die ouders bedoelen het goed met hun kinderen. Soms is het echter moeilijk voor hen om te bouwen aan een warm gezin, door de moeilijke situatie waarin ze zelf leven en omdat ze zelf niet onder de beste omstandigheden werden opgevoed.

Moeders en dagarbeiders

Maar in Ecuador richten we ons niet enkel op jongeren in een straatsituatie. Ook CFO Don Bosco en Tainate Huasi  hebben een duidelijk publiek voor ogen. CFO Don Bosco groeide als ondersteuning voor familie van kinderen uit de volksbuurten in en rond het centrum. Vaak gaat het om jonge vrouwen die een gezin moeten onderhouden. Ze hebben geen toegang tot het formele onderwijssysteem en zijn vaak werkloos. Velen hebben niet voldoende middelen om voor zichzelf en hun gezin te zorgen. Deze huismoeders krijgen concrete vaardigheden aangeleerd in het beroepsopleidingscentrum. Zo krijgen ze sneller toegang tot waardig werk.

Tainate Huasi richt zich dan weer op mannen tussen de 15 en 25 jaar uit rurale inheemse gemeenschappen. Die hebben vaak hun scholing opgegeven na de 8ste of 9de graad basisonderwijs (12-13 jaar) om als dagarbeiders hun kost te verdienen. Zowel CFO Don Bosco en Tainate Huasi stellen zich als doel om hun doelgroepjongeren concrete vaardigheden aan te leren die hen moeten helpen om toegang te krijgen tot waardig werk.

Met de steun van

Met de steun van

Kwaliteitslabels